Tegenwoordig kun je de boodschappen thuis laten bezorgen. Tegenwoordig kun je alles thuis laten bezorgen, daar zijn bezorgers voor, in busjes.
Toch werd er altijd al aan huis bezorgd, ik herinner me dat de kruidenier op vrijdag een kartonnen doos vol levensmiddelen bij ons thuis bracht. Dat is meer dan een halve eeuw geleden. In die tijd kwamen de bakker en de melkman dagelijks met hun koopwaar bij je aan de voordeur. Nu zou dat onhandig zijn want er zijn niet zoveel mensen die overdag thuis zijn. Dat zullen de bezorgers die in de busjes rijden be-amen (ik zet er een streepje tussen zodat duidelijk is dat ik het niet over beamen heb).
Iedereen doet het
Boodschappen doen, dat is toch een interessant onderwerp. Daar kun je met iedereen wel een gesprek over beginnen, dan vraag je… Naar welke winkel ga je? Wie doet er bij jullie de boodschappen? Ga je lopen, op de fiets of met de auto? Hoe vaak ga je?
Nu ben ik geen deskundige, ik doe zo hap snap wel eens een boodschap. Ik zoek me een bult in de supermarkt want ik mis de routine en bovendien veranderen ze de zaak nogal eens. Het is wel gezellig want ik kom vaak bekenden tegen waar ik een praatje mee maak.
Een daalder
Een bijzondere plaats om boodschappen te doen vind ik de markt, `waar je gulden een daalder waard is´. Mijn middelbare school stond in het centrum, op vrijdag was het markt. In de pauze kocht ik een warme stroopwafel en een groene appel. Later werd de markt een wekelijks uitstapje met de kinderen, ze gingen mee met pap of mam. Ze kregen een banaan bij de groentekraam, een koekje bij de bakker, een plakje kaas bij de kaaskraam. Met volle fietstassen én een volle buik reden we naar huis. Ondanks mijn onregelmatige werktijden kwam ik vaak op de markt. Als ik avonddienst had ging ik ‘s ochtends en kocht ook stroopwafels, lekker voor bij de koffie met de collega’s. Na mijn nachtdienst verzamelde ik op zaterdagochtend moed en ging ik om acht uur meteen door naar de markt. Dan was het daar nog heel rustig, bij thuiskomst de boodschappen opruimen en naar bed.
Grapjes
Nu kom ik er niet meer zo vaak want we hebben een groentepakket van de zorgboerderij van Cors. Maar de rozijnen haal ik altijd bij de notenkraam op de markt. Van de week waren ze op. Ik ga ook meteen wat fruit kopen bij Yussuf, hij heeft een grote groente- en fruitkraam. Hij is vrolijk, sociaal en adrem en hij kent iedereen. Yussuf spreekt alle talen, terwijl ik appels uitzoek hoor ik hem aan de jonge vrouw naast mij vragen: ”Somalië?” Ze knikt en hij zegt een zin in haar taal waarop ze verrast glimlacht. Hij trakteert onze kleinkinderen op een banaan en hij maakt altijd grapjes. Als ik geholpen wordt zegt hij ineens: ”Je hebt maar één oorbel in.” Ik voel snel aan mijn oorlellen, de bellen zijn er allebei nog. Grapje! Ik lach van harte mee. En nogmaals als hij hetzelfde grapje bij een andere klant brengt.
Vertrouwd
Het is fijn op de markt en het is fijn op de Reeweg. Als ik daar met onze kleinkinderen boodschappen doe krijgen ze een koekje bij de bakker, een appel in de groentewinkel, waar ze ook altijd een blokje kaas van de toonbank snoepen. Het vertrouwde, gezellige gevoel bij boodschappen doen zit niet in de plek maar in de vriendelijke omgang.
Door: Ans van der Westen




