Biodiversiteit. Klepelen. Verhakselen. Hittestress. Een opeenvolging aan vaktermen komt voorbij tijdens mijn gesprek met Kees Spek [40] over de groenvoorziening in Stadspolders. Het was mij al snel duidelijk dat er een echte vakman aan het woord is, die bevlogen vertelt over zijn werk bij de gemeente Dordrecht. Maar wat is er aan de hand met de groenvoorziening in onze wijk? Veel bewoners hebben het vast al gezien: sommige grasvelden en dijken worden tegenwoordig niet meer volledig gemaaid. Het ziet er soms wat rommelig uit. Waarom gebeurt dat eigenlijk?
Biodiversiteit
Kees is inmiddels tien jaar in dienst van de gemeente Dordrecht, waarbij hij de laatste drie jaar actief is in de functie van gebiedsbeheerder van de wijken Stadspolders en Dubbeldam. Ook van het grasmaaien in onze wijk moet hij iets vinden. Voor het halverwege stoppen met maaien is zeker een reden. “In het huidige beheer worden de dijken grotendeels zes keer per jaar gemaaid en geklepeld. Vanuit het maaibeheerplan bestaat echter de wens om het aantal maaibeurten te verminderen en de dijk voortaan grotendeels ecologisch te beheren. Het doel hiervan is om de biodiversiteit – de verscheidenheid aan dieren en planten – te vergroten en de natuurwaarde van de bermen en taluds te verbeteren.
Klepelen
Tot voor kort werden vrijwel alle bermen geklepeld. Bij deze maaimethode worden planten verhakseld en blijven de maairesten achter op de bodem. Dit resulteert in een beperkte variatie aan plantensoorten en daarmee ook in een beperkte variatie aan insecten en daarmee ook andere dieren. Daarom wordt sinds kort uitsluitend de eerste strook langs de verharding regelmatig gemaaid. Daarmee blijft voldoende ruimte beschikbaar voor recreatief gebruik, bijvoorbeeld voor hondenbezitters die hun hond willen uitlaten. Het overige deel van de dijk wordt twee keer per jaar gemaaid, waarbij het maaisel in de meeste gevallen wordt afgevoerd.
Ecologisch maaibeheer
Deze aanpak biedt verschillende voordelen. Door het aantal maaibeurten terug te brengen van zes naar twee kan zich een grotere diversiteit aan kruiden en bloemen ontwikkelen. Deze grotere variatie aan plantensoorten biedt vervolgens voedsel en leefgebied aan een bredere groep insecten, zoals vlinders en bijen en andere dieren. Met deze vorm van ecologisch maaibeheer wordt een goede balans gevonden tussen gebruik, veiligheid en natuurontwikkeling. Een goed voorbeeld hiervan is de verbinding tussen de Wantijdijk en de Groenezoom via het Flamingopad. Het Flamingopad wordt nu op een meer natuurlijke manier beheerd, terwijl dit op de Wantijdijk en de Groenezoom al langer gebeurt.
Grasaren
Het is algemeen bekend dat grasaren rondom bomen – de plek waar honden graag hun behoefte doen – een doorn in het oog zijn van hondenbezitters. Maar wist je dat honden door hun uitwerpselen zelf bijdragen aan de explosieve groei ervan? Hun poep en urine zit vol met fosfor en stikstof. Dat zorgt ervoor dat onkruid en grasaren razendsnel omhoogkomen. Dat wordt nog verergerd doordat de zaden ervan zich gemakkelijk vastnestelen. Wanneer de hond vervolgens bij een volgende boom gaat snuffelen of poepen, vallen de zaden op een nieuwe plek, wat zorgt voor nog meer grasaren, die vervolgens in de neus, oren of poten van de hond kunnen dringen.
Fixi
Inwoners van Stadspolders die klachten of ideeën hebben over de openbare ruimte, waaronder de groenvoorziening, kunnen hierover melding maken bij de gemeente via de Fixi website. Naast meldingen kunnen inwoners ook ideeën aandragen over het beheer van hun leefomgeving. Wanneer een melding via Fixi wordt ingediend, wordt deze toegewezen aan de verantwoordelijke medewerker in de wijk. Deze beoordeelt de melding en zet waar nodig vervolgstappen in gang. De gemeente streeft ernaar om melders binnen vijf werkdagen te informeren over de voortgang of afhandeling van hun melding.
Hittestress
Groen is tegenwoordig meer dan alleen iets dat er mooi uitziet. Bomen spelen ook een belangrijke rol bij het tegengaan van hittestress. Asfalt en stenen houden warmte vast, terwijl bomen zorgen voor verkoeling en schaduw. Daarom kijkt de gemeente niet alleen naar het aantal bomen, maar ook naar het kroonvolume: de omvang van de boomkroon. Een grote volgroeide boom levert meer verkoeling op dan meerdere jonge bomen bij elkaar. Waar vroeger vooral werd gekeken naar aantallen bomen, kijken we tegenwoordig meer naar de kwaliteit en het effect van groen. Dat sluit aan bij het 3-30-300-principe: vanuit iedere woning zicht op drie bomen, 30 procent boomkroonbedekking in de wijk en een groene plek op maximaal 300 meter afstand. Zo draagt groen niet alleen bij aan biodiversiteit, maar ook aan een gezonde en prettige leefomgeving.”




